Persbericht
klik hier om uw persbericht te plaatsen Via 'Mijn CultuurNet' kan de alleen de inzender onderstaande gegevens binnen beide rode kaders wijzigen.Samenvatting van dit persbericht
Amsterdam - Paul van Leeuwenkamp over Mijn liefde is scharlakenrood
“Aan de arbeiders en de jeugd van Amsterdam”
Zo beginnen, na de weemoed van het korte eerste hoofdstuk, de feitelijke wederwaardigheden van T., direct en indirect hoofdpersoon in Mijn Liefde is Scharlakenrood, de tweede roman van Meurs A.M. (Boekwinkeltjes-reeks, 2011), een boek dat opvalt doordat de voorkant bestaat uit een collage van pamfletten binnen een nadrukkelijk rood kader. Vanuit die pamfletten kijken meer dan tien gezichten de potentiële lezer aan en beloven daarmee dat in dit boek de mens centraal staat. Rond die gezichten zijn er de leuzen die bij een pamflet horen: op de eerste plaats de in wit uitgespaarde titel “Mijn liefde is scharlakenrood”, maar ook “Tien rode jaren”, ‘tegen terrorisme” en “n Hollandse stadsguerrilla” springen in het oog. Een eerste indruk die belangstelling wekt.
De tweede indruk is minder, want wanneer je het boek openslaat blijken zowel de marges als de lettergrootte veel te klein. Een boek van 200 bladzijden is in 175 bladzijden gepropt en dat is jammer, want het zal potentiële lezers afschrikken en hen daardoor de derde indruk ontnemen, de laatste indruk die achter blijft wanneer je het boek hebt gelezen. Dan weet je dat het een mooie roman is, zit je vol emotie en mijmering en denk je ‘wat mooi, wat triest, shit’.
Ik zit me te vervelen in de huiskamer. Het burgerlijke eengezinshuis met voor- en achterkamer, boven drie slaapkamers en een zolder, op de hoek van de Benedictusstraat en de Brunostraat. Ik kijk televisie, een zwart wit toestel, want televisietoestellen zijn in die tijd nog zwart wit. Tilburg 1969. Het journaal, toestanden in Amsterdam, jongens met lang haar in een of ander gebouw. Er wordt geschreeuwd. Er is politie.
Mijnheer Van Ham, een kleine, bijna kale man met een spitse neus, een collega en vriend van mijn vader, komt de kamer in. Hij blijft naast me staan en kijkt ook naar de televisie. ‘Over een paar jaar sta jij daar ook met lange haren?’ Hij zegt het glimlachend, een mogelijkheid die hij goedmoedig en haast vragend oppert, zonder oordeel of verwijt. Mijnheer van Ham heeft oudere, al studerende zonen.
Ondanks de vriendelijkheid reageer ik wat nors. ‘Nee hoor. Zo word ik niet.’ Ik ben 14, dwing op zaterdag mijn haar met brylcreem in vorm, zo’n blauwe tube. Ik reageer wel vaker nors, vooral als ouderen mij vertellen wat ik zal en moet. Ik sta op, laat de Maagdenhuisbezetting achter mij en ga naar mijn slaapkamer, om te lezen of om huiswerk te maken.
Deze persoonlijke anekdote heeft nauwelijks iets met de roman te maken, dat ik hem hier neerschrijf des te meer. Mijn liefde is scharlakenrood activeert herinneringen uit die tijd, zelfs als die herinneringen vaag en beperkt zijn. Dat zegt iets over de kracht van het werk van Meurs. Als aanvulling op die herinneringen geeft het weer wat in die tijd speelde, de feitelijke gebeurtenissen, maar meer nog de toon van die tijd, de onderliggende emoties, ambities en idealen. Meurs weet die toon weer te geven en bij de lezer weer te activeren.
Voor de late babyboomers, waar ik toe behoor, waren de Maagdenhuisbezetting en de sociale gebeurtenissen uit die zestiger jaren, een soort van mythe. Wij waren net te laat. Maar de sfeer en de idealen bleven in de zeventiger jaren nadrukkelijk aanwezig, misschien nog wel meer dan voor degenen die er echt bij waren, die het bewust beleefden in Amsterdam en Zierikzee en Eindhoven.
Mijn liefde is scharlakenrood heeft dus historische waarde doordat de gebeurtenissen uit het einde van de zestiger jaren het toneel vormen, maar ook omdat het voor de afwisseling babyboomers toont die niet alles voor onze neus hebben weggekaapt. De babyboomers in dit verhaal zijn de idealen langer trouw gebleven en ze zijn er zelfs aan onderdoor gegaan, al kunnen ze ook dat uiteindelijk met een schaterlach relativeren. Daardoor is het toch vooral een indringend verhaal over opgroeien en verzet en idealen.
Mijn liefde is scharlakenrood is het verhaal van T., die in 1966 aankomt in Amsterdam en dan direct bij de revolutie betrokken raakt. Je zou kunnen stellen dat hij de revolutie letterlijk in wordt geslagen. In T. mag natuurlijk de auteur herkend worden, maar dan anders, veertig jaar ouder bijvoorbeeld. Behalve het verhaal van T. is het ook een stukje van het verhaal van Rooie Willem, de in 2000 overleden Willem Oskam die een belangrijke rol speelde in de Rode Jeugd. En voor het grootste deel is het het verhaal van Kitty, die volgens de auteur is samengesteld uit een aantal vrouwen die hij kende. De drie personages zijn betrokken bij de Rode Jeugd, ze hebben kleurrijke levens en alle drie die levens worden, op verschillende manieren, bepaald door de linkse ideologie uit de zestiger jaren.
Eén van de gedachten nadat je het boek hebt gelezen, kan zijn dat de compositie niet goed is, dat Kitty van begin tot einde het hoofdpersonage had moeten zijn, dat het háár verhaal is. Maar die gedachte is er alleen omdat Kitty als laatste aan bod komt en haar verhaal het grootste deel van het boek vult. Kitty dringt tot je door en blijft nadat je het boek hebt dichtgeslagen nadrukkelijk in je gedachten. Daarbij speelt ook dat we allemaal wel zo’n verloren vrouw kennen, van het winkelcentrum of het station, leurend met StraatNieuws.
Maar wat betreft de compositie is het een onjuiste gedachte, want die is precies zoals de compositie van dit boek moet zijn. Het is immers de schrijver, in dit geval in de gedaante van T., waar het boek mee begint en eindigt, die de lezer het verhaal binnenvoert, die hem Rooie Willem toont en die ons ook Kitty laat zien, in wier verhaal hij nadrukkelijk aanwezig is, in het verleden als de man die op de poepdoos zit en in het heden als de portier van de daklozenopvang. Het is T. die samen met Kitty het verhaal lachend beëindigt.
De compositie sluit aan bij de literatuuropvatting van de schrijver, in de traditie van Louis Paul Boon, aan wie hij meerdere publicaties wijdde, en die hij ook toepaste bij zijn eerste, succesvolle roman Aan de lange Weg.
Mijn liefde is scharlakenrood is een interessante en pakkende roman, die, waarschijnlijk door de zuinige uitgave, minder aandacht krijgt dan het verhaal van T. en Kitty verdient.
Paul van Leeuwenkamp