CultuurNet

Persbericht

klik hier om uw persbericht te plaatsen
Via 'Mijn CultuurNet' kan de alleen de inzender onderstaande gegevens binnen beide rode kaders wijzigen.

Samenvatting van dit persbericht

Schrijver Meurs A.M., Amsterdam
meursam.nl
woensdag, 16-03-2011
Amsterdam
Share deze pagina

Amsterdam - Bomans en Rode Jeugd in Mijn liefde is scharlakenrood van Meurs A.M.

Bomans en Rode Jeugd in Mijn liefde is scharlakenrood van Meurs A.M.

Boekenweek. Tijdens de Boekenweek zal op Cultuurnet enkele malen een fragment uit Mijn liefde is scharlakenrood van Meurs A.M. worden gepubliceerd, telkens met een afbeelding. De afbeeldingen staan ook in de Mijn liefde is scharlakenrood-special, nr 59 van HetWerk, het literair kladschrift van Meurs A.M. dat volgende week verschijnt. De roman wordt op vrijdag 25 maart om 17.00u gepresenteerd bij boekhandel Schimmelpennink in Amsterdam.

In het fragment struinen de RJ-leden door de tuin van Bomans, nadat 4 van hen 6 dagen hebben vastgezeten en honderden guldens boete hebben moeten betalen door toedoen van een column van Bomans in de Volkskrant, getiteld De Raddraaiers. N.a.v. een pamflet van de RJ waarin ze de mogelijkheid opperden om, als reactie op Amerikaanse bombardementen op Vietnam, hier iets te ondernemen tegen Amerikaanse vestigingen, gaf Bomans de RJ de schuld van de Bouwvakkersopstand en de bestorming van de Telegraaf. Na protest van alle kanten had hij spijt, schreef een brief naar de Officier van Justitie en bood de RJ 100 gulden aan. Tijdens zijn beroemde verblijf op Schiermonnikoog jaren later had hij nog hallucinaties dat de RJ dwars over de Waddenzee op hem af kwam. Zie ook de andere berichten over Mijn liefde is scharlakenrood.

Op de afbeelding links detail uit RJ-krantje nr 1, rechts uit nr 2, beide van 1966.

 

 

“Onkruid,” roept hij terug, “zonde om daar de vuilnisbak mee vol te proppen.”

“Dat kun je toch composteren, “ roept zijn vrouw.

“Maar dat trekt ongedierte aan, schat!” schreeuwt Godfried.

“Kom nou maar gauw binnen,“ roept zijn vrouw. “Je wordt nog ziek van die rook.” Bomans trapt een half verbrand stuk papier uit en gooit het in de ijzeren vuilnisbak. Dan gaat hij naar binnen.

“We hebben geluk,” zegt Joop . “We nemen die emmer mee, we vinden

daarin van alles wat we tegen hem kunnen gebruiken.”

Jezus, wat is dat ding zwaar! Daar moet toch eens wat op verzonnen worden. Ze moeten die emmer wel terugbrengen, anders valt het te veel op. Daar aan de rand van de tuin, op de weg de duinen in, is een lantaarnpaal. Ze blijven met de emmer in de schaduw – optillen dat ding, Joop, slappeling!, niet slepen, dan zien ze de sporen – nemen er wat uit en bekijken het vlak tegen het hek onder de lantaarnpaal.

Daar is een man met een hond, uitkijken, jij doet niks anders dan kijken of er iemand over die weg komt!

“Hij heeft een maîtresse!” zegt Joop. “Kijk maar, dit is een kladbrief die

hij zo juist heeft willen verbranden toen zijn vrouw hem riep. Dit is het onkruid! Hij heeft er alleen gauw wat onkruid bijgedaan, de stiekemerd! Moet je horen!

Kent U de Haarlemse hertenkamp? Vindt u dat niet prachtig, die zacht golvende grasvlakte, met daar midden in, onder het donker geboomte, het hertenhuis, als een soort Wirtshaus im Spessart? Zie, daar draait een hert voorbij, luchtig verend op voor- en achterpoten, alsof het vanbinnen pluizig is, zó vederlicht. (Joop bootst het hert na) En daar

schudt een pauw ritselend zijn diamanten waaier uit en staat te pronken, als een hoofdletter in een middeleeuws brivier. En wat een oude bomen staan hier! Hun rimpelige bast is overdekt met namen, letters, harten en pijlen: de geheimzinnige runen van menselijke genegenheid. Zie, hier staan twee harten gekerfd, rond “Jan” en “Maartje”, en daaronder het jaartal 1872. Kloppen deze harten nog?

Het is mogelijk. Maar niet waarschijnlijk. Kloppen zij nog voor elkaar? Ook dit is mogelijk. Ook dit is niet waarschijnlijk. Zelden blijven de dingen gelijk ze in de Haarlemmerhout begonnen zijn.

“Dat is platonisch, man!” zegt Hein. “Dat is hoofs geleuter.”

“Maar zelfs dan, het kan tegen hem gebruikt worden,” zegt Joop , “daar gaat het om. Misschien kicken ze op dat hoofse gedoe, als voorspel, en daarna gaan ze tekeer als beesten. Leer mij die deftige lui kennen! Nee, we gaan naar de dame toe of bellen of schrijven haar, citeren uit de brief en vertellen haar van onze gevangenisstraf en de boete, dan snapt ze wel dat ze moet betalen en zijn we toch nergens op te pakken. En nu we toch hier zijn, zetten we eerst de vuilnisbak terug en gooien dan een brandbommetje door een ruit, een kleintje, alleen als waarschuwing. Ik heb wat bij me.”

“Er is een kind!” zegt Hein. “Blijf van dat huis af!”

“Nou ja,” zegt Joop, “dat kind slaapt aan de voorkant, staat in het

interview in Het Parool, wij opereren aan de achterkant, dat vuur is allang uit voor het aan de voorkant is. Misschien moet je ook niets doen als dat kind er is maar wel als het er niet is!”

“En als je je nou eens vergist? Jij gooit een brandbom en dat kind is er

wel. Of er logeert een ander kind. Of mevrouw Bomans heeft een aantal nachten niet geslapen en slaapt nu abnormaal diep, al dan niet met een slaappil, ze wordt niet wakker en ze stikt.”

“Ja, zo kun je nooit een revolutie beginnen,” zegt Joop. “Waar gehakt

wordt vallen spaanders, of zoals voorzitter Mao het zegt: ‘Om een peer te proeven moet je hem eten’. Dat kind is een klein Bomansje, dat wordt een Bomans en een Bomans is een vijand, daar hebben wij niet voor gekozen, dat heeft hij zelf gedaan, een Bomans is een gevaar en we moeten het gevaar in de kiem smoren.”

“Weet je, ik geloof dat jij een beetje ziek bent, eigenlijk geloof ik dat je niet deugt,” zegt Hein.

Nog ruziënd over al of niet geoorloofde methoden in de revolutie, waarbij opvallend veel de term “proportioneel geweld” valt, stappen ze in Bloemendaal weer op de trein naar Amsterdam.>

http://reeks.boekwinkeltjes.nl/?persbericht

Home

Is uw website al opgenomen bij CultuurNet? aanmelden