CultuurNet

Persbericht

klik hier om uw persbericht te plaatsen
Via 'Mijn CultuurNet' kan de alleen de inzender onderstaande gegevens binnen beide rode kaders wijzigen.

Samenvatting van dit persbericht

woensdag, 08-10-2008
Brussel (b)
Share deze pagina

Brussel (b) - Orgelcollectie Ghysels

Minister Anciaux brengt indrukwekkende orgelcollectie Ghysels opnieuw tot leven in ‘Continental Superstar’ Te bezichtigen van 9 oktober 2008 tot 8 maart 2009 in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis Jubelparkmuseum, Brussel In de zomer van 2007 kocht de Vlaamse Gemeenschap de orgelcollectie Ghysels. Deze omvangrijke en gegeerde Belgische privéverzameling bevat het kruim van speelklare dans-, straat- en kermisorgels uit het begin van de 20ste eeuw. Vanaf volgend jaar krijgen de indrukwekkende instrumenten een definitieve bestemming, maar eerst spelen ze ten dans in ‘Continental Superstar’: een speciaal ontworpen zaal in het Jubelparkmuseum, met dansvloer, bar en verlichting. Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux is zeer verheugd over de succesvolle samenwerking tussen de Vlaamse overheid, het Muziekinstrumenten- en het Jubelparkmuseum. Door het ontsluiten van de orgels, wordt dit zo goed als vergeten volkscultureel erfgoed in ere hersteld. In de eerste decennia van de 20ste eeuw had Antwerpen de fakkel overgenomen van Parijs als belangrijkste productiecentrum van mechanische orgels. Mortier, Verbeeck en Decap maakten de dienst uit in de Belgische, Zuid-Nederlandse en Noord-Franse danszalen, cafés en op de kermis. De productie, verhuur en verkoop van de honderden orchestrions, dans-, straat- en carrouselorgels en de uitgave van de duizenden orgelboeken was big business. En bigger was toen ook al better : elke eigenaar van een danszaal wilde het grootste orgel hebben, het publiek wilde altijd de laatste hits. Met de opkomst van de jukebox, de radio en de fono-industrie raakte heel dit patrimonium in verval. Vanaf de jaren vijftig werden de oude glories gesloopt of voor een appel en een ei verkocht aan - meestal Angelsaksische - collectioneurs. Heel dit patrimonium? Nee, in een kleine deelgemeente van Brussel bood Joseph Ghysels dapper weerstand aan de verwaarlozing en de uitverkoop. Met een hart voor muziek en een gewiekst handelsinstinct wist hij samen met kompaan Arthur Prinsen enkele pronkstukken te redden en te restaureren. De loodsen van Jefs schrijnwerkerij raakten snel vol, en als vanouds schitterden de namen Mortier, Fasano, Decap, Hooghuys en Bursens op de fronten. Het Schaarbeekse “Orgelmuseum” was geboren en tal van verenigingen en gezinnen kenden uren muziek- en dansplezier ‘chez Jef et Jeannine’. In de zomer van 2007 kocht minister Bert Anciaux in het kader van het topstukkendecreet het grootste deel van de collectie-Ghysels. Met haar straatpiano’s, straatorgels, saloninstrumenten (orchestrions en pianola’s), dansorgels en verwante voorwerpen biedt ze een uniek overzicht van dit zo goed als verdwenen volkscultureel erfgoed. Zowel belangrijke grote Vlaamse namen als buitenlandse bouwers zijn in de collectie vertegenwoordigd. Uniek is ook dat alle instrumenten speelklaar zijn en dat de collectie vergezeld is van een waardevolle bibliotheek orgelboeken. De orgels krijgen vanaf volgend jaar een definitieve bestemming, maar staan tot 8 maart 2009 in alle glorie opgesteld in de Continental Superstar : een speciaal ingerichte danszaal met bar en verlichting. Elke dag, tussen 14 en 16 uur spelen ze ten dans. “The Continental Superstar” was de titel die producer C. John Mears bedacht voor zijn vinylplaat met opnames van het pronkstuk van de Ghysels-verzameling, wier faam toen al wereldwijd verspreid was: het grote dansorgel van Theophiel Mortier uit 1927. Wie wil, kan bij het horen van deze bijnaam ook denken aan Joseph “Jef” Ghysels, de man aan wie wij het behoud van dit schitterende patrimonium te danken hebben. “Dankzij het topstukkendecreet en dankzij de inbreng van het Muziekinstrumentenmuseum konden we deze indrukwekkende en internationaal zeer begeerde orgelcollectie in eigen land houden. Ik wil echter niet dat ze in een of ander depot verdwijnt, maar dat ze ook in de nabije en verre toekomst ten dans blijft spelen.” Bert Anciaux. De belangrijkste stukken uit de collectie Ghysels zijn: - een kermisorgel L. Hooghuys ‘L’Alexandre’, 57 toetsen, uit 1907; - een kermisorgel Vander Beken, 60 toetsen, uit 1910; - een Orchestrion Mortier, 84 toetsen, uit 1928, erg populair destijds in cafés, vrijwel uniek; - een kermisorgel Th. Mortier, 80 toetsen, uit 1905; - een kermisorgel Th. Mortier, 'Continental Superstar', 92 toetsen, uit 1923; - een Organ Jazz Decap, 121 toetsen, uit 1946, uit de reeks van grootste dansorgels die ooit gebouwd zijn; - een Decap-orgel van 1946; - een dansorgel Orchestre moderne Breveté SGDG Eusèbe Fasano & Cie, 78 toetsen uit 1912, voor zover bekend het enige Fasano-orgel dat ongewijzigd de tijd heeft doorstaan.

Home

Is uw website al opgenomen bij CultuurNet? aanmelden